Commando’s

  • De commando’s worden door de stuurman/-vrouw gegeven, of door de boeg van ongestuurde boten.
  • De commando’s moeten vlot, duidelijk en met de juiste nadruk gegeven worden.
  • Roeiers moeten de commando’s onmiddellijk opvolgen.
  • Roeiers worden aangesproken met:

– het nummer van de roeiplaats: te beginnen bij de boeg (1) en oplopend naar de slag (2, 4 of  8 afhankelijk van het boottype)
– het boord waarop ze roeien: stuurboord en bakboord.

Commando’s bij het tillen
Commando Handeling
“Aan de boorden” De roeiers stellen zich bij de boot op.
“Tillen gelijk … nú” De boot wordt van de stelling genomen. Niet schuiven!
“Bakboord of stuurboord onderdoor” De boordroeiers van een boord kruipen onder de boot door.
“In de handen ……. nù” Geeft aan dat de boot verder in de handen tussen de roeiers in kan worden gedragen.
“Op de schouders ……. nù” Iedereen gaat tegenover zijn rigger staan en de boot wordt op schouderhoogte getild.
“Op de rechter- (linker)schouder … nú” De roeiers staan onder de boot -handen nog aan twee boorden-1 arm gestrekt-1 gebogen.
Het in het water leggen van de boot
“Boven de hoofden ……nù” De boot wordt boven de hoofden getild.
“Handen in de spanten Iedere roeier pakt een spant vast.
“Voor de buiken” De boot wordt vastgehouden in het midden van een spant of aan beide boorden en wordt voor de buik gekanteld. Alle roeiers staan dus nu aan één kant wordt.
“Tenen aan de rand van het vlot” De roeiers zetten een voet aan de rand van het vlot.
“……ver weg” De boot wordt nu door alle roeiers gelijktijdig rechtstandig in het water gelegd.
Commando’s bij het instappen
Commando Handeling
“Klaarmaken om in te stappen….” Ieder gaat bij zijn eigen roeiplaats staan.
“Instappen gelijk” Waarschuwingscommando
“Eén………….” Een voet wordt op het slidingplankje geplaatst en het lichaamsgewicht wordt overgebracht tot boven de kiel
“Twee…………” De andere voet wordt in het voetenbord geplaatst.
“Drie…………..” De roeier gaat op het bankje zitten.
“Dolkleppen vast” De dolkleppen worden aan de waterzijde dichtgedraaid.
Commando’s bij het wegroeien bij het vlot
Commando Handeling
“Uitzetten … gelijk” Alle roeiers pakken met een hand het vlot beet en duwen met kracht de boot van het vlot af.
“ Uitzetten langs het vlot…..gelijk” De roeiers trekken de boot langs het vlot.
Slippend strijken bakboord/stuurboord De riem aan de vlotzijde wordt evenwijdig aan de boot in het water gelegd. Vervolgens wordt er gestreken.

Commando’s tijdens het roeien
Commando Handeling
Wegroeien
“Slagklaar maken…. Slagklaar? …. Af!” De inpikhouding aannemen-opgereden zitten-bladen plat op het water. De bladen verticaal in het water zetten. Starten met de roeibeweging.
Ophouden met roeien
“Laat ….. lopen” De roeibeweging wordt beëindigd halverwege de recover. De handles zijn boven de knieën. De bladen blijven horizontaal boven het water.
Bedankt!” Het blad wordt plat op het water gelegd.
Stilleggen
“Houden beide boorden …..nu!” De bladen worden verticaal in het water gezet om de boot stil te leggen.
“Bedankt!” Bladen plat op het water.
Achteruit roeien
“Strijken gelijk …. nu!” De bladen omdraaien en tegen de riem duwen.
(Bij “strijken beide boorden” roer recht en stuurtouwen strak houden.)
Rondmaken (omdraaien)
“Ronden over bakboord…. nu!” De roeiers strijken met bakboord-riem en halen met stuurboord riem om en om. Bakboord begint met strijken.
“Ronden over stuurboord….nu!” De roeiers strijken met stuurboord-riem en halen met bakboord riem om en om. Stuurboord begint met strijken.
“Bakboord/stuurboord halen … nu!” De roeiers gaan op het commando “nu” met genoemde riem halen.
Bakboord/stuurboord strijken … nu! De roeiers gaan op commando "nu"met genoemde riem strijken.
“Klapje aan bakboord/Klapje stuurboord" De roeiers gaan halen of strijken met genoemde riem.
Koerswijziging tijdens het roeien
“Bakboord best” Krachtiger halen met bakboord
“Stuurboord best” Krachtiger halen met stuurboord
“Beide boorden gelijk!” Met beide riemen wordt weer met evenveel kracht gehaald of gestreken.
Riemen langszij leggen/bijvoorbeeld bij aanleggen aan hoge wal of ontwijken gele boei/doorvaren engte
“Slippen aan bakboord” Breng de bakboord riem parallel aan de boot
“Slippen aan stuurboord” Breng de stuurboord riem parallel aan de boot.
“Slippen aan beide boorden” Breng beide riemen parallel aan de boot.
“Op de riemen” Riemen terugbrengen in de oorspronkelijke positie en de roeiers volgen de slag bij het maken van de eerstvolgende haal.
Onder lage brug doorvaren
“We naderen een lage brug liggen….nu!” of “liggen 3 halen na ….nu 1-2-3” Achterovergaan liggen-handen bij elkaar-bladen los van het water zodat de boot door blijft lopen tot aan de andere kant van de brug.
Na het passeren van de brug “Overeind komen…..nu” Roeiers komen overeind en volgen de slag bij het maken van de eerstvolgende haal. Kom pas overeind als de stuurman dit aangeeft anders kun je wel eens lelijk je hoofd stoten.
Obstakels in het water
“Pas op de riemen aan bakboord” of "pas op de riemen aan stuurboord" Stuurman vraagt aandacht voor obstakels in het water.
Hoge golven op het water
“Hoog scheren” De bladen tijdens het oprijden zo hoog mogelijk boven het water houden
Kracht van de haal
Light paddle Zeer lichte haal.
Medium paddle Haal van gemiddelde kracht.
Strong paddle Heel krachtige haal.
Spoelhaal (deadlight) Haal zonder kracht.
Trainingsoefeningen
“Easy …. all” De stuurman geeft bij de inpik dit commando nadat hij heeft aangegeven op welk moment de roeibeweging onderbroken moet worden:
1e stop Direct na de uitzetbeweging blijven zitten in de uitzethouding.
2e stop Na de haal de riem uitzetten en de armen strekken waarbij de romp in de uitzethouding blijft.
3e stop Gelijk aan de voorafgaande stop maar met ingebogen bovenlichaam.
…….go!” De roeibeweging wordt voortgezet.

Commando’s bij het aanleggen
Commando Handeling
“Laat lopen” De roeiers stoppen met roeien-bladen blijven boven het water-.
“Overhellen bak- of stuurboord” Overhellen naar het genoemde boord.
“Houden aan stuur- of bakboord” Het genoemde blad verticaal in het water zetten.
Commando’s bij het uitstappen
Commando Handeling
“ klaarmaken om uit te stappen” De roeiers maken hun voeten los van de voetenborden.
“Uitstappen gelijk….. De voet aan de waterzijde op het opstapplankje plaatsen.
Een…… Ga staan op die voet.
Twee….. Voet op de kant zetten. Gewicht blijft boven de boot.
Drie” Uitstappen