Roeitechniek (theorie)

Hieronder wordt stap voor stap de roeitechniek uitgelegd.

Vasthouden riemen

Een foute grip veroorzaakt blessures en is, eenmaal aangeleerd, niet makkelijk te corrigeren. Leer meteen een riem correct vast te houden. Begin de instructie elke keer met aandacht voor een correcte grip en het oefenen van het draaien.

Scullgrip
GripScull

  • Ontspannen met de duimen op het uiteinde van de handel, met een beetje doldruk naar buiten. 
  • De andere vingers zijn om de riem gekromd. 
  • De handpalmen zijn los van de riemen. 
  • De pols blijft vlak tijdens de haal, in het verlengde van onderarm en handrug.

Boordgrip

GripBoord

  • De handen liggen ongeveer 2,5 handbreedtes uit elkaar.
  • De vingers zijn losjes, als haken, om de handel gekromd, met de duimen onder de handel.
  • De handpalmen zijn los van de riemen.
  • Beide polsen zijn vlak tijdens de haal, in het verlengde van onderarm en de handrug.

Draaien

Het draaien is een geleidelijke beweging.

Scullen
KantelenPolsUitpik

  • Het draaien voor de inpik en terugdraaien na de uitpik gebeurt door de druk van de vingers.
  • De pols kantelt terug naar een vlakke stand tijdens het draaien voor de inzet.
  • De binnenkant van de pols beweegt richting knieën bij het terugdraaien na de uitzet.

Boordroeien

  • Het draaien van het blad, zowel bij de inpik als de uitpik, wordt alleen door de binnenhand gedaan.
  • Het terugdraaien na de uitpik gebeurt door de vingers en duim van de binnenhand. De binnenkant van de pols beweegt richting knieën
  • De vingers van de buitenhand blijven om de riem gehaakt.
  • De buitenhand blijft ontspannen en de pols vlak, waardoor de handel in de vingers kan draaien.
  • De riem wordt voor de inpik gedraaid door druk van de binnenhand.
  • Tijdens het draaien voor de inpik kantelt de pols terug naar een vlakke stand.

Haal

Beginhaal

  • Meteen na de inpik zet de roeier zich met de bal van de voet af tegen het voetenbord door te trappen. Hierbij strekken de benen zich.
  • De voeten houden de hele haal contact met het voetenbord. De druk op het voetenbord blijft gedurende de hele haal constant.
  • De armen blijven zo lang mogelijk gestrekt en de schouders zo lang mogelijk naar voren gericht (hangen).

EerstedeelHaal

 

 

 

 

Eerste deel van de haal bij scullen          Eerste deel van de haal bij boord-roeien

Middenhaal

  • De schouders komen pas boven het heupgewricht als de benen bijna gestrekt zijn.
  • De stand van de rug zelf blijft gefixeerd, alleen de hoek tussen bovenbenen romp wordt groter. De buikspieren blijven aangespannen.

MiddendeelHaal

 

 

 

 

Middengedeelte van de haal bij scullen          Middengedeelte van de haal bij boord-roeien

Eindhaal

  • Als de gestrekte armen (bijna) boven de knieën zijn buigen de ellebogen actief.
  • Bij het scullen zitten de handen links boven rechts, vlak bij elkaar, en bewegen in een rechte lijn tot vlak voor het middenrif.
  • Bij het oarsen beweegt de buitenhand in een horizontale lijn tot vlak voor het middenrif.
  • De voeten houden contact met het voetenbord.
  • De rug- en buikspieren zijn aangespannen.

Eindhaal

 

 

 

 

Einde van de haal bij scullen                         Einde van de haal bij boord-roeien

Uitpik

Houding

  • Handen bevinden zich ter hoogte van het middenrif en iets ervoor.
  • De ellebogen wijzen bij het scullen schuin en laag naar achteren.
  • Bij het boordroeien wijst de buitenelleboog schuin omhoog zodat de onderarm in het verlengde van de riem ligt.
  • De schouders zijn ontspannen laag, bij het scullen op één lijn.
  • Bij het boordroeien ligt de binnenschouder lager dan de buitenschouder (evenwijdig aan de riem)
  • De schouderkoppen wijzen altijd naar achter.
  • De buik- en rugspieren zijn aangespannen (vormen een spiercorset). De schouders bevinden zich ±15°-20° graden achter het heupgewricht.
  • Bekken: niet te ver achterover gekanteld (niet ingezakt, niet op het stuitje zitten).
  • Knieën zijn gestrekt (niet overstrekt).
  • Voeten: de hele voet heeft kontakt met het voetenbord.
  • Het hoofd is recht, blik op de horizon gericht.

Uitpikken

  • Het uitpikken gebeurt in een doorgaande beweging vanuit de haal. De riem behoudt de snelheid van de haal.
  • Scullen: vanuit de ellebogen worden de onderarmen licht naar beneden geduwd.
  • Bij het boordroeien gebeurt het uitzetten voornamelijk met de buitenarm. De vingers van de buitenhand drukken de handel naar beneden. (Bij boordroeien is de buitenarm het verst van de dol).
  • Het blad komt nu verticaal uit het water.
  • Zodra het blad helemaal uit het water is wordt de greep wat losser en beweegt de binnenkant van de polsen richting knieën (niet verpakken) en draait het blad horizontaal (terugdraaien).
  • Bij het boordroeien gebeurt het draaien van het blad met de binnenhand.
  • De handpalmen zijn los van de handles.

Recover

Tijdens de recover moet de roeier aanvoelen hoe de boot onder hem doorglijdt en moet hij plotselinge verstoringen door wind of golven goed op kunnen vangen. Hiervoor moet hij zo veel mogelijk ontspannen en alle bewegingen zonder overmatige krachtsinspanning vloeiend in elkaar over laten gaan. Zo ontstaat een goede balans.

Wegzetten
De ellebogen worden in een doorgaande, ontspannen beweging gestrekt.
De buik- en rugspieren zijn in deze fase ontspannen.
De handen bewegen ontspannen, horizontaal, op één lijn, tot voorbij de knieën.
Beginnende roeiers draaien de bladen geleidelijk verticaal zodra de handen voorbij de kniëen zijn. Gevorderde roeiers draaien geleidelijk boven de enkels.
Draaien van het blad door de polsen geleidelijk terug te kantelen in een vlakke stand.
De handpalmen zijn los van de handle.

Inbuigen
Bij beginnende roeiers gaan de schouders in een doorgaande, ontspannen beweging pas achter de handen aan als de ellebogen helemaal gestrekt zijn.
Bij gevorderde roeiers volgen de schouders de handen tijdens het strekken van de ellebogen.
Dit inbuigen gebeurt vanuit de heupen, die het scharnierpunt vormen.
De stand van de onderrug zelf blijft onveranderd. De rug- en buikspieren zijn ontspannen.

Oprijden
Vlak voor de schouders vooraan zijn komen de knieën geleidelijk omhoog, tot de knieën boven of iets achter de enkels zijn.
Bij het scullen zijn de knieën maximaal een vuistdikte uit elkaar.
Bij het oarsen komen knieën en ellebogen om en om.
De snelheid van het oprijden is 1,5 tot 2 keer lager dan de snelheid van de haal. Bij een wedstrijdtempo verschuift de verhouding naar 1 op 1.
Het oprijden gebeurt ontspannen en beheerst en is van begin tot eind constant.
De spanning in rug- en buikspieren wordt opgebouwd.
Water naderen: tijdens het laatste deel van het oprijden gaan de gestrekte armen ontspannen vanuit het schoudergewricht omhoog. De onderrand van het blad komt zo net boven het wateroppervlak.

Inpik

Houding
De schouders zijn laag, ontspannen en maximaal naar voren gestrekt.

Scullen
De schouders zijn op dezelfde hoogte.
De handen zijn op één lijn.
De handen zijn zover mogelijk uit elkaar, maar ongeforceerd.
De polsen zijn vlak, liggen het verlengde van de onderarm
De ellebogen zijn gestrekt.

Boordroeien
De buitenschouder hoger dan de binnenschouder, de buitenarm zit tussen de knieën.
De buitenhand voor de binnenhand.
De handen zijn ± 2,5 handbreedtes uit elkaar.
De buitenelleboog gestrekt, de binnenelleboog licht gebogen.

De onderbenen zijn (bijna) vertikaal d.w.z. knieën boven (of net achter) enkels. De houding is ongeforceerd.
De onderrug is gefixeerd, buikspieren aangespannen, romp en bovenbenen raken elkaar.
Bekken: niet te ver gekanteld. Er is een natuurlijk evenwicht tussen een rechte of teveel gespannen rug en een ronde of geheel ontspannen rug.
De bal van de voet of de hele voet heeft contact met het voetenbord.
Het hoofd is recht, de blik naar de horizon gericht

Inpikken
Tijdens het naderen van het laatste stukje van de voorstops gaan de gestrekte armen ontspannen vanuit het schoudergewricht nog iets verder (halve bladbreedte) omhoog en wordt het blad vertikaal geplaatst.
Het blad wordt volledig door water bedekt (alleen het blad, niet de steel).
De rug blijft gefixeerd in dezelfde stand, de buikspieren aangespannen.

Na het inpikken volgt de haal.