Vaarreglement

We roeien op de Zuid-Willemsvaart en deze delen we met plezier- en beroepsvaart, vissers, wrakhout en vele vogeltjes. Bovendien wordt de  Zuid-Willemsvaart opgesierd door allerlei vaargemakken, zoals dukdalven, pijlers en bruggen. Vaak is de grens van het vaarwater (de wal) de oorzaak van schade, maar ook andere Zuid-Willemsvaartgebruikers kunnen een gevaar vormen. Deze schade is te voorkomen door goed op te letten en het vaarreglement op te volgen.

Vaarverboden:

  • Er mag geroeid worden tussen zonsopkomst en zonsondergang. De zonsondergangtijden staan vermeldt op de beginpagina van onze website.
  • Wanneer de KNMI een waarschuwing van windkracht zeven bij Ell afgeeft, geldt er een vaarverbod voor alle boten.
  • Wanneer het zicht minder dan tweehonderd meter is, geldt er een algemeen vaarverbod. Dit komt voor bij mist en hevige regenval. Een richtlijn is dat het nummerbord aan de overkant bij het distributiecentrum van Lidl dan niet meer zichtbaar is.
  • Bij ijsvorming (wanneer er zichtbaar ijs op de Zuid-Willemsvaart ligt) mag er niet geroeid worden.
  • Wanneer de absolute buitentemperatuur lager is dan twee graden onder nul, geldt er een algemeen vaarverbod. De actuele temperatuur valt te vinden op de website van de KNMI onder de locatie Ell. Bij temperaturen lager dan het vriespunt mogen overnaadse boten het water niet op.
  • Ten tijde van een Algemene Vergadering wordt er niet getraind. Dit gebeurt ook niet wanneer de vereniging in staat van rouw is. Dit wordt vooraf aangekondigd.
  • Wanneer er een vaarverbod geldt wordt dit op de website van Roeivereniging Weert gemeld. Daarnaast wordt dit aangegeven op het vaarverbodenbord in de loods. Wanneer dit niet gemeld is en je toch nog twijfelt, bekijk dan de website van de KNMI of vraag het een bestuurslid.
  • Het bestuur geeft ten alle tijden uitsluitsel over het al dan niet gelden van een vaarverbod.

Vaarregels op het water:

  • De stuur is verantwoordelijk voor het naleven van de voorschriften en reglementen en is verplicht alle maatregelen te nemen die dat vereisen. De roeiers zijn verplicht de, door de stuur gegeven commando’s, op te volgen. In ongestuurde boten worden de commando’s gegeven door de boegroeier.
  • Voordat de boot in het water wordt gelegd en wanneer er wordt uitgezet, wordt er eerst gekeken of er geen binnenvaarder aankomt. Deze kan hoge golven maken of juist te dicht bij de kant voorbij varen wat ongelukken kan veroorzaken.
  • Houd de boot van de kant als er een binnenvaarder aankomt, zodat de boot niet tegen de kant kaatst.
  • Er dient ten allen tijde stuurboordwal gehouden te worden. Bij inhalen, indien dit mogelijk is, uitwijken naar bakboord. Bij twijfel, niet inhalen! Kleine vaartuigen moeten grote vaartuigen de ruimte geven die deze nodig hebben om koers te houden en te manoeuvreren. Er mag daarom nooit verwacht worden dat er voor je wordt uitgeweken.
  • Bij smalle stukken hebben roeiboten richting Loose voorrang op roeiboten die richting Nederweert gaan.
  • Er mag niet van koers veranderd worden, indien je daarbij een ander vaartuig hindert.

Wettelijke bepalingen:

  • De reglementen maken onderscheid tussen kleine schepen en grote schepen. In het algemeen zijn kleine schepen alle schepen die korter zijn dan 20 meter. Is een schip langer dan 20 meter, dan is het een groot schip. Reken beroepsvaart (vrachtschepen, rondvaartboten, baggerschepen, veerponten, vissende vissersschepen, watertaxi’s) altijd tot de grote schepen.
  • Een groot schip heeft voorrang op een klein schip.
  • Snelle schepen (>40km/h) moeten voorrang verlenen aan alle andere schepen. Dus ook aan kleine schepen. Bij kleine schepen onderling geldt dat een roeiboot voorrang moet verlenen aan een zeilend schip, maar voorrang krijgt van een motorboot.
  • Een schip dat aan stuurboordwal vaart heeft altijd voorrang.
  • De bestuurder van een schip mag niet meer dan 0,5 promille alcohol in zijn bloed hebben. Ook stoffen die van invloed zijn op de voer- of stuurvaardigheid van de bestuurder zijn verboden. Dit geldt voor zowel beroeps- als recreatievaart.

Sturen:

  • Alleen leden van Roeivereniging Weert die met positief resultaat de basis-instructie hebben voltooid mogen sturen.
  • Aspirant-leden mogen sturen mits zij deelnemen aan de basisinstructie, zij moeten vergezeld worden van een mee fietsende coach aan de kant.
  • Voor het sturen van gladde vieren of achten, dient de stuur eerst een stuurtest te hebben behaald voor het sturen van gladde boten.
  • Voor het roeien in een tweezonder of dubbeltwee dienen beide roei(st)ers een skifftest te hebben gehaald.
  • Voor het sturen van de vierzonder dient de boeg (en eventuele sturende roeier op andere positie) een skifftest te hebben gehaald.
  • Het bestuur behoudt de mogelijkheid om uitzonderingen toe te staan.

Skiffen:

  • Voor het varen in de skiff, dubbeltwee en tweezonder is een skifftest verplicht. Deze test laat zien dat de roeier in staat is zijn skiff te tillen, er in te roeien en de vaarregels kent.
  • Wanneer het water warm genoeg is (>10°C), kan de roeier voor deze test oefenen. De commissaris roeien en of instructie laat weten wanneer de temperatuur het toelaat. Het oefenen gebeurt onder het toeziend oog van een instructeur die door het bestuur is aangewezen.

Ongecoacht varen:

  • Vanwege de vele gebruikers van de Zuid-Willemsvaart is het belangrijk dat er ook iemand vanaf de kant oplet. Het zicht van roeiers en binnenvaarders is zeer beperkt en een ongeluk zit in een klein hoekje. Daarom mag er alleen geroeid worden met een begeleider aan de kant.